Uitspraak
200503163/1en 19 februari 2003, in zaak nr.
200204380/1, zijn voor de beantwoording van de vraag of voor een bouwplan al dan niet vergunning kan worden verleend wat betreft het mogelijk van toepassing zijn van het overgangsrecht uitsluitend de bepalingen die betrekking hebben op het bouwovergangsrecht van belang. De rechtbank heeft met juistheid geoordeeld dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat nu het bouwplan voorziet in het bebouwen van thans onbebouwde gronden een nieuwe afwijking van het plan ontstaat die niet door artikel 23, tweede lid, van de planvoorschriften wordt toegestaan. Dat een minstens zo groot deel van de winkel wordt afgebroken, maakt dit niet anders. Het betoog van Agruniek slaagt niet.