ECLI:NL:RVS:2008:BD2642
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- M.A.A. Mondt-Schouten
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluiten wegens onterechte toepassing tewerkstellingsvergunningplicht bij grensoverschrijdende dienstverlening
De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde aan drie appellanten boetes op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), omdat zij vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning in Nederland arbeid lieten verrichten. De appellanten voerden aan dat het hier ging om grensoverschrijdende dienstverlening waarvoor geen vergunning vereist is.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellanten ongegrond, stellende dat sprake was van het ter beschikking stellen van arbeidskrachten, waarop het notificatiebesluit niet van toepassing is. De Raad van State oordeelde echter dat de rechtbank het begrip 'ter beschikking stellen van arbeidskrachten' te ruim had uitgelegd en dat de feiten en omstandigheden wezen op tijdelijke grensoverschrijdende dienstverlening, waarbij de vrijheid van dienstverrichting uit het EG-Verdrag van toepassing is.
De Raad van State vernietigde daarom de uitspraken van de rechtbank en de boetebesluiten van de staatssecretaris. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan de appellanten. De uitspraak bevestigt dat nationale beperkingen op de vrijheid van dienstverrichting slechts onder strikte voorwaarden gerechtvaardigd zijn.
Uitkomst: De boetebesluiten wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen worden vernietigd omdat de vrijheid van dienstverrichting is geschonden.