ECLI:NL:RVS:2008:BD3071
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- C.H.M. van Altena
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing vergoeding planschade wegens voorzienbaarheid planologische verslechtering
De raad van de gemeente Leudal wees een verzoek van wederpartijen om vergoeding van planschade af, omdat de planologische verslechtering ten tijde van de aankoop van het perceel voorzienbaar was. Wederpartijen stelden dat de verslechtering niet voorzienbaar was bij de voorlopige koopovereenkomst van 1995. De rechtbank Roermond oordeelde in hun voordeel en vernietigde het raadsbesluit.
De raad stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling stelde vast dat de feitelijke aankoop van het perceel plaatsvond op 2 september 1998, waarbij de planologische verslechtering wel degelijk voorzienbaar was. De voorlopige koopovereenkomst uit 1995 gaf slechts een recht tot koop onder voorwaarden.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van wederpartijen ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Hiermee werd bevestigd dat de vergoeding van planschade niet toekomt indien de schade ten tijde van de definitieve aankoop voorzienbaar was.
Uitkomst: Het beroep van wederpartijen op vergoeding van planschade wordt ongegrond verklaard omdat de planologische verslechtering ten tijde van de definitieve aankoop voorzienbaar was.