ECLI:NL:RVS:2008:BD3101
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.K.W. Bartel
- D. Roemers
- P.A. Offers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vrijstelling horeca-activiteiten in dorpshuis Diepenveen ondanks bezwaar KHN
Het college van burgemeester en wethouders van Deventer verleende op 26 juli 2005 vrijstelling op grond van artikel 19, derde lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening voor commerciële horeca-activiteiten in het dorpshuis aan de Dorpstraat 30 te Diepenveen. Het Koninklijk Verbond van Ondernemers Horeca Nederland (KHN) maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat het college vooral financieel-economische belangen diende en dat de horeca-activiteiten niet noodzakelijk waren voor het behoud van de dorpshuisfunctie.
De rechtbank verklaarde het beroep van KHN ongegrond, waarna KHN hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college beleidsvrijheid heeft bij het verlenen van vrijstellingen en dat het college in redelijkheid het belang van het behoud van het dorpshuis boven het belang van KHN mocht stellen. De rechtbank had terecht geoordeeld dat uitbreiding van commerciële horeca noodzakelijk was voor het behoud van het dorpshuis.
Het betoog van KHN dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden werd eveneens verworpen, omdat het college aannemelijk had gemaakt dat er geen sprake was van een gelijk geval. De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van KHN wordt ongegrond verklaard en de vrijstelling voor horeca-activiteiten in het dorpshuis wordt bevestigd.