Uitspraak
200300452/2. In de uitspraak van 30 mei 2000 is in r.o. 2.9.3. overwogen dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de type-2 activiteiten als representatieve bedrijfssituatie moeten worden beschouwd. In de uitspraak van 8 oktober 2003 is in r.o. 2.9.3. overwogen dat de zogenoemde type-1 motoractiviteiten en de grootschalige publieksactiviteiten geen deel uitmaken van de inrichting en dat het college derhalve deze beide activiteiten heeft kunnen uitzonderen van de toets aan de gestelde zonegrenswaarde en de ten hoogste toelaatbare geluidwaarden voor woningen binnen die zone.
200509908/1en 21 februari 2007 in zaak nr.
200600350/1), het wettelijk systeem doorkruist.