Uitspraak
200202381/1, volgt uit artikel 1:2, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat voor het opkomen in rechte ter behartiging van algemene en collectieve belangen de eis van rechtspersoonlijkheid geldt om als belanghebbende te kunnen worden aangemerkt. Gelet hierop kan [appellant sub 1], voor zover hij beoogt op te komen voor een zodanig belang, evenmin als belanghebbende worden aangemerkt.
200505067/1, kan een dergelijke onregelmatigheid geen grond voor vernietiging van een besluit zijn, aangezien niet als het ware met terugwerkende kracht de rechtmatigheid aan het besluit kan komen te ontvallen. Vast staat verder dat [appellante sub 2], na toezending van de brief door het college, kennis heeft kunnen nemen van de inhoud daarvan, zodat zij in zoverre niet in haar belangen is geschaad. De beroepsgrond faalt in zoverre.