ECLI:NL:RVS:2008:BD3625
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- W. Konijnenbelt
- C.J.M. Schuyt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunning voor oprichting paardenbak ondanks strijd bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Steenwijkerland verleende op 2 oktober 2006 vrijstelling en bouwvergunning voor het oprichten van een paardenbak op een perceel met de bestemming Agrarisch gebied, strijdig met het bestemmingsplan. Het Paardensportcentrum maakte bezwaar tegen deze besluiten, dat door het college en later door de rechtbank Zwolle-Lelystad ongegrond werd verklaard.
In hoger beroep stelde het Paardensportcentrum dat een wijziging in het bouwplan niet als ondergeschikt kon worden beschouwd en dat gedeputeerde staten een verklaring van geen bezwaar op onjuiste gegevens had gebaseerd. Ook voerde het aan dat een verblijfsruimte voor stagiaires ten onrechte niet als woning van derden was aangemerkt, waardoor de minimale afstand van 50 meter niet correct was toegepast.
De Raad van State verwierp alle bezwaren. De wijziging in het bouwplan betrof een minimale verplaatsing die de afstand tot het Paardensportcentrum vergrootte. Gedeputeerde staten beschikte over de relevante stukken bij het afgeven van de verklaring. De verblijfsruimte werd terecht niet als woning aangemerkt omdat het bestemmingsplan slechts één bedrijfswoning toestaat en het bijgebouw niet als woning bestemd was. Nieuwe bezwaren die niet eerder waren aangevoerd konden niet leiden tot een ander oordeel.
De Raad van State bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de bouwvergunning en vrijstelling voor de paardenbak blijven in stand.