ECLI:NL:RVS:2008:BD3626
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- W. van den Brink
- C.J.M. Schuyt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bouwvergunning en vrijstelling voor kantoor en appartementen ondanks bezwaar bewoners
Het college van burgemeester en wethouders van Edam-Volendam verleende op 28 maart 2006 een bouwvergunning en vrijstelling voor het oprichten van een kantoor en 12 appartementen op een perceel te Volendam. Tegen dit besluit maakten omwonenden bezwaar, dat door het college en later door de rechtbank Haarlem ongegrond werd verklaard.
De omwonenden stelden onder meer dat de vergunning was verleend aan een niet-bestaande firma, dat de ruimtelijke onderbouwing op feitelijke onjuistheden was gebaseerd, en dat hun woonsituatie zou verslechteren door het bouwplan. Ook maakten zij bezwaar tegen het aantal parkeerplaatsen en het ontbreken van voldoende onderzoek naar verkeersveiligheid.
De Raad van State oordeelde dat de geringe afwijking in de tenaamstelling van de aanvrager niet tot vernietiging van het besluit leidde. De ruimtelijke onderbouwing voldeed aan de eisen, en de feitelijke onjuistheden waren van ondergeschikt belang. De woonsituaties van de appellanten zouden niet zodanig verslechteren dat het college de vrijstelling niet redelijkerwijs had kunnen verlenen. Ook was voldaan aan de parkeerplaatsennorm en was het verkeersveiligheidsonderzoek voldoende.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor schadevergoeding of proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.