ECLI:NL:RVS:2008:BD4385
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake beëindiging inschrijving in gemeentelijke basisadministratie Eindhoven
Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven beëindigde op 26 september 2006 de inschrijving van wederpartij in de gemeentelijke basisadministratie (GBA). Wederpartij maakte bezwaar, dat door het college op 27 juni 2007 ongegrond werd verklaard. De rechtbank 's-Hertogenbosch verklaarde het beroep van wederpartij gegrond en vernietigde het besluit op bezwaar, met de opdracht aan het college een nieuw besluit te nemen.
Het college stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat het college al een nieuw besluit op bezwaar zou moeten nemen voordat op het hoger beroep was beslist. Tijdens de zitting op 6 juni 2008 verschenen beide partijen, waarbij het college werd vertegenwoordigd door ambtenaren en wederpartij door een advocaat.
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het niet zeker was dat het oordeel van de rechtbank in stand zou blijven in de bodemprocedure en dat het college weinig ruimte had om anders te besluiten dan de inschrijving van wederpartij te herstellen. Gezien het feit dat wederpartij inmiddels weer was ingeschreven in de GBA, werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven hoeft geen nieuw besluit op bezwaar te nemen zolang het hoger beroep loopt.