Uitspraak
200504650/1) is de intrekking van een bouwvergunning geen verplichting, maar een bevoegdheid. Bij hantering van die bevoegdheid moeten alle relevante belangen worden geïnventariseerd en afgewogen. Daartoe behoren naast de door het college gestelde belangen ook de (financiële) belangen van de vergunninghouder. In dat kader dient tevens de vraag te worden beantwoord of het niet tijdig gebruik maken van de bouwvergunning aan de vergunninghouder is toe te rekenen. Wijziging van het planologisch regime waaraan de bouwvergunning eertijds is getoetst, kan een redelijk belang kan vormen om tot intrekking over te gaan. Dat betekent evenwel niet dat andere belangen daarnaast geen (eventueel doorslaggevende) rol van betekenis zouden kunnen spelen.