ECLI:NL:RVS:2008:BD5369
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- M. Vlasblom
- M.M. van der Smissen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging schorsingsbesluit marktvergunning wegens onvoldoende bewijs mondelinge waarschuwing
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag had de marktvergunning van appellant geschorst voor vier marktdagen wegens het niet persoonlijk innemen van de toegewezen standplaats, ondanks eerdere waarschuwingen. Appellant stelde dat hij niet mondeling was gewaarschuwd en dat hij zijn standplaats wel persoonlijk had ingenomen op de genoemde dagen.
De voorzieningenrechter had het beroep van appellant ongegrond verklaard, maar de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde anders. Uit de stukken bleek niet aannemelijk dat appellant voorafgaand aan de schriftelijke waarschuwing mondeling was gewaarschuwd. Ook was niet duidelijk of en wanneer de overtredingen op 4 mei en 22 juni 2007 hadden plaatsgevonden zoals gesteld.
De voorzitter vernietigde daarom het besluit van het college en de uitspraak van de voorzieningenrechter, verklaarde het beroep gegrond en herroept het schorsingsbesluit. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het besluit tot schorsing van de marktvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van mondelinge waarschuwing en overtredingen.