ECLI:NL:RVS:2008:BD5488
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- P.A. Offers
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beleid zelfstandige bestaansmiddelen bij gezinshereniging na scheiding ouders
De zaak betreft een hoger beroep tegen de afwijzing van een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van gezinshereniging. De vreemdeling, geboren in 1991, wilde zich voegen bij haar in Nederland wonende vader, die de Nederlandse nationaliteit bezit. De minister had de aanvraag afgewezen omdat de vader niet zelfstandig en duurzaam over voldoende middelen van bestaan beschikte.
De vreemdeling stelde dat het inkomen van beide ouders, die gescheiden zijn en niet samenwonen, bij elkaar opgeteld moest worden om aan de inkomenseis te voldoen. Dit zou volgens haar voortvloeien uit artikel 8 EVRM Pro, dat het recht op gezinsleven beschermt zonder eisen te stellen aan de aard of herkomst van het inkomen.
De Raad van State oordeelde dat het door de minister gevoerde beleid, waarbij alleen het duurzaam en zelfstandig verworven netto-inkomen van de hoofdpersoon wordt meegeteld, ook in situaties van gescheiden ouders van toepassing blijft. Dit beleid is in overeenstemming met artikel 8 EVRM Pro, dat ruimte laat voor een restrictief toelatingsbeleid ter bescherming van algemene belangen, zoals het voorkomen dat vreemdelingen ten laste van de staat komen.
De Raad bevestigde daarmee het eerdere oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat alleen het inkomen van de hoofdpersoon wordt meegeteld en wijst het hoger beroep af.