ECLI:NL:RVS:2008:BD5573
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- M.A.A. Mondt Schouten
- P.B.M.J. van der Beek Gillessen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens onvoldoende motivering schadevergoeding bij vreemdelingenbewaring
De vreemdeling werd op 6 mei 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep gegrond, hief de bewaring met onmiddellijke ingang op, maar wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State constateerde dat de rechtbank niet had gemotiveerd waarom geen schadevergoeding werd toegekend, terwijl de rechtmatigheid van de bewaring niet kon worden getoetst vanwege het ontbreken van stukken die de staatssecretaris had moeten aanleveren volgens de Procesregeling vreemdelingenkamers en artikel 8:31 Awb Pro.
Daarom achtte de Raad van State het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verwees de zaak terug voor een nieuwe beoordeling met inachtneming van de motiveringsplicht omtrent schadevergoeding. De proceskosten in hoger beroep werden vastgesteld en de rechtbank werd opgedragen hierover te beslissen.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe beoordeling met motivering over schadevergoeding.