Uitspraak
200504616/1.
Raad van State
Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland heeft op 16 mei 2007 opnieuw besloten het bestemmingsplan "Omleidingsweg N219" goed te keuren, nadat een eerder besluit was vernietigd. Tegen dit besluit zijn meerdere beroepen ingesteld door omwonenden en belanghebbenden. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de zaak op 22 mei 2008 behandeld.
De appellanten voerden onder meer aan dat het plan leidt tot onaanvaardbare geluidhinder en verslechtering van de luchtkwaliteit. De Raad van State overwoog dat het plan voldoet aan de normen uit de Wet geluidhinder en dat geen nieuwe feiten of omstandigheden tot een ander oordeel leiden. Ten aanzien van de luchtkwaliteit concludeerde de Afdeling dat het nieuwe onderzoek voldoet aan de eisen van het Besluit luchtkwaliteit 2005, waarbij rekening is gehouden met verkeersintensiteiten, achtergrondconcentraties en rekenmodellen.
De Afdeling stelde vast dat de overschrijdingen van stikstofdioxide zich voordoen op plaatsen zonder woningen en dat de luchtkwaliteit per saldo verbetert, zoals toegestaan onder artikel 7, derde lid, onder b, van het Besluit luchtkwaliteit 2005. De bezwaren van appellanten zijn niet aannemelijk gemaakt en de beroepen zijn ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De beroepen tegen het besluit tot goedkeuring van het bestemmingsplan Omleidingsweg N219 zijn ongegrond verklaard.