AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Bezwaartermijn en bekendmaking bouwvergunning musicaltheater Europaboulevard Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam verleende op 8 december 2006 een bouwvergunning aan Chios Real Estate Properties B.V. voor een musicaltheater aan de Europaboulevard. De Bewonersvereniging de Mirandabuurt werd pas op 30 januari 2007 geïnformeerd over dit besluit en diende daarna bezwaar in, dat door het college niet-ontvankelijk werd verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de Bewonersvereniging ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State. De kern van het geschil betrof de vraag of het besluit deugdelijk bekend was gemaakt en of de bezwaartermijn terecht was gestart op 8 december 2006, de dag van toezending aan de aanvrager, of pas op 30 januari 2007, de dag van kennisgeving aan de Bewonersvereniging.
De Raad van State oordeelde dat het besluit rechtsgeldig bekend was gemaakt door toezending aan de aanvrager en dat de Bewonersvereniging niet tot de belanghebbenden behoort aan wie het besluit is gericht. De termijn voor het indienen van bezwaar begon daarom op 8 december 2006. De Bewonersvereniging had, volgens vaste jurisprudentie, binnen twee weken na kennisname van het besluit bezwaar kunnen maken, maar deed dit pas op 1 maart 2007. Het bezwaar werd daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar van de Bewonersvereniging is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn en het hoger beroep is ongegrond.
Uitspraak
200707004/1.
Datum uitspraak: 2 juli 2008
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
de vereniging Bewonersvereniging de Mirandabuurt, gevestigd te Amsterdam,
appellante,
tegen de uitspraak in zaak nrs. 07/2957 en 07/3069 van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam van 3 september 2007 in het geding tussen:
de vereniging Bewonersvereniging de Mirandabuurt
en
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam.
1. Procesverloop
Bij besluit van 8 december 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (hierna: het college) aan Chios Real Estate Properties B.V. met gebruikmaking van de op 7 augustus 2006 verleende vrijstelling bouwvergunning verleend voor het oprichten van een gebouw, bestemd als musicaltheater, aan de Europaboulevard te Amsterdam.
Bij besluit van 27 juni 2007 heeft het college het door de Bewonersvereniging de Mirandabuurt (hierna: de Bewonersvereniging) daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
Bij uitspraak van 3 september 2007, verzonden op dezelfde dag, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam (hierna: de voorzieningenrechter), voor zover thans van belang, het door de Bewonersvereniging daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft de Bewonersvereniging bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 2 oktober 2007, hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 10 juni 2008, waar de Bewonersvereniging, vertegenwoordigd door [gemachtigden], alsmede het college, vertegenwoordigd door mr. N.S.J. Koeman, advocaat te Amsterdam, en mr. H.W. Bartels, ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. In geschil is de vraag of het bezwaar van de Bewonersvereniging tegen het besluit van 8 december 2006 terecht niet-ontvankelijk is verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
2.2. Ingevolge artikel 6:7 vanPro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift zes weken.
Ingevolge artikel 6:8, eerste lid, van de Awb vangt de termijn aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt.
Ingevolge artikel 3:41, eerste lid, van de Awb geschiedt de bekendmaking van besluiten die tot een of meer belanghebbenden zijn gericht door toezending of uitreiking aan hen, onder wie begrepen de aanvrager.
Ingevolge artikel 3:43, eerste lid, van de Awb wordt tegelijkertijd met of zo spoedig mogelijk na de bekendmaking mededeling gedaan van het besluit aan degenen die bij de voorbereiding ervan hun zienswijze naar voren hebben gebracht.
2.3. Blijkens de stukken is het besluit van 8 december 2006 tot verlening van de bouwvergunning op dezelfde dag verzonden aan de aanvrager van de vergunning. Eerst bij brief van 30 januari 2007 heeft het college de Bewonersvereniging over dat besluit geïnformeerd. Vervolgens heeft een medewerker van het college, ter verduidelijking van deze brief, op 2 februari 2007 een email verzonden aan de voormalige voorzitter van de Bewonersvereniging. In deze email is meegedeeld dat de bouwvergunning is uitgereikt op 8 december 2006, alsmede dat de bezwaartermijn inmiddels is verstreken, doch dat de Bewonersvereniging gezien de nalatigheid van het college alsnog zo spoedig mogelijk eventueel bezwaar kan maken.
2.4. De Bewonersvereniging betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het besluit niet deugdelijk bekend is gemaakt, aangezien het niet aan haar is verzonden. Dit heeft volgens de Bewonersvereniging tot gevolg dat de bezwaartermijn niet is aangevangen op 8 december 2006, de dag waarop het college het besluit aan de aanvrager heeft toegezonden, maar op 30 januari 2007, de dag waarop zij op de hoogte is gebracht van het besluit.
2.4.1. Dit betoog faalt. De rechtbank heeft terecht overwogen dat het besluit door toezending aan de aanvrager bekend is gemaakt en dat de datum van die bekendmaking (8 december 2006) bepalend is voor de aanvang van de bezwaartermijn. De Bewonersvereniging behoort immers niet tot de belanghebbenden aan wie het besluit is gericht in de zin van artikel 3:41 vanPro de Awb, zodat toezending aan haar geen vereiste is voor de bekendmaking. Verder is de omstandigheid dat het besluit niet overeenkomstig artikel 3:43, eerste lid, van de Awb tegelijkertijd met of zo spoedig mogelijk na de bekendmaking aan de Bewonersvereniging is meegedeeld, niet relevant voor de vraag of het besluit op juiste wijze bekend is gemaakt en daarmee evenmin voor de bepaling van de aanvang van de bezwaartermijn.
2.5. Ingevolge artikel 6:11 vanPro de Awb blijft niet-ontvankelijkverklaring ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
2.6. De Bewonersvereniging betoogt dat de rechtbank ten onrechte een termijn voor het instellen van bezwaar hanteert van twee weken, nu in de brief van 30 januari 2007 een termijn van 6 weken is vermeld en uit de email van 2 februari 2007 niet volgt dat er onmiddellijk bezwaar moest worden gemaakt. Bovendien betwist de Bewonersvereniging dat de email als communicatiemiddel voor het doen van een dergelijke mededeling kan worden gebruikt.
2.6.1. Dit betoog faalt eveneens. De rechtbank heeft terecht overwogen dat de Bewonersvereniging vanaf het moment dat zij van het besluit van 8 december 2006 op de hoogte raakte en hieruit op kon maken dat de bezwaartermijn met inachtneming van artikel 6:8 vanPro de Awb op 19 januari 2007 was geëindigd, in beginsel nog twee weken de gelegenheid had om daartegen bezwaar te maken. De Afdeling verwijst hierbij naar haar vaste jurisprudentie, volgens welke in zaken waarbij een belanghebbende, niet zijnde een aanvrager, van het verlenen van een vergunning of ontheffing niet op de hoogte is gesteld en daarvan geen publicatie heeft plaatsgevonden, deze in beginsel binnen twee weken nadat hij van bestaan van het besluit op de hoogte is geraakt, zijn bezwaren kenbaar dient te maken. (Bijvoorbeeld de uitspraken van 2 februari 2001, in zaak nr. 200002282/1, AB 2001, 114 en 13 juli 2005, in zaak nr. 200501517/1.) De wijze waarop de Bewonersvereniging van het besluit op de hoogte is geraakt - in dit geval door onder meer toezending van een email - is in dit verband niet van belang. Nu de Bewonersvereniging eerst op 1 maart 2007 - derhalve na afloop van de termijn van twee weken - een bezwaarschrift heeft ingediend en niet valt in te zien waarom zij niet eerder (een desnoods nog ongemotiveerd) bezwaarschrift had kunnen indienen, heeft de rechtbank met het college terecht geoordeeld dat het bezwaar niet-ontvankelijk is.
2.7. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
2.8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. F.B. van der Maesen de Sombreff, ambtenaar van Staat.
w.g. Ligtelijn-van Bilderbeek w.g. Van der Maesen de Sombreff