Uitspraak
200600358/1en van 21 november 2007 in zaak nr.
200701964/1) kan slechts, indien op voorhand is uitgesloten dat een vrijstelling gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit, worden afgezien van een onderzoek naar de luchtkwaliteit. In dit geval kan, nu het bouwplan onder meer voorziet in de bouw van een garage met 203 parkeerplaatsen, echter niet op voorhand worden uitgesloten dat het besluit van 29 augustus 2006 een verslechtering van de luchtkwaliteit met zich brengt. In dit verband wordt verwezen naar de uitspraak van 20 december 2006 in zaak nr. 200600103/1 (www.raadvanstate.nl) waarin de Afdeling immers het besluit van het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland van 8 november 2005 tot goedkeuring van het bestemmingsplan heeft vernietigd, omdat niet deugdelijk is gemotiveerd dat aan de eisen van het Besluit luchtkwaliteit 2005 is voldaan. Derhalve kon niet reeds omdat het bouwplan, voor wat betreft de parkeergarage, ten tijde van het besluit op bezwaar in overeenstemming was met het bestemmingsplan, worden geoordeeld dat op voorhand is uitgesloten dat het bouwplan een verslechtering van de luchtkwaliteit met zich brengt. De rechtbank heeft dit niet onderkend.