ECLI:NL:RVS:2008:BD6132
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- D. Roemers
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens onjuiste toepassing vergunningplicht arbeid vreemdelingen
De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde aan appellant een boete van €8.000 op wegens het laten verrichten van arbeid door twee Poolse vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde dat de werkzaamheden als vriendendienst zonder vergoeding waren verricht en dat de vreemdelingen als EU-werknemers onder het vrij verkeer vielen, waardoor geen vergunningplicht bestond.
De Raad van State overwoog dat het begrip arbeid in de Wet arbeid vreemdelingen ruim wordt uitgelegd, maar dat het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen vereist dat voor de vergunningplicht ook moet worden onderzocht of sprake is van een arbeidsverhouding met gezag en vergoeding. Gezien de geringe omvang van de werkzaamheden, het ontbreken van vergoeding en het ontbreken van gezagsverhouding, was geen sprake van een arbeidsverhouding in de zin van het EG-Verdrag.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het besluit van 23 augustus 2006 en droeg de minister op een nieuw besluit te nemen. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het boetebesluit wordt vernietigd wegens onjuiste toepassing van de vergunningplicht; minister moet nieuw besluit nemen.