ECLI:NL:RVS:2008:BD6149
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- P.A. Offers
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenrechtelijke beoordeling taalanalyse en nationaliteit vreemdeling
De vreemdeling heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, die door de minister van Justitie is afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van haar nationaliteit en herkomst uit Burundi. De minister baseerde dit onder meer op een taalanalyse van het BLT, die concludeerde dat de vreemdeling niet eenduidig kon worden herleid tot de spraak- en cultuurgemeenschap binnen Burundi.
De vreemdeling stelde in hoger beroep een contra-expertise van een onafhankelijke deskundige, Yambi, die stelde dat het zeer waarschijnlijk was dat zij uit Burundi afkomstig is, mede op basis van haar taalgebruik en kennis van de regio. Het BLT reageerde hierop met een nieuwe analyse, waarin werd geconcludeerd dat de afwijkingen in het taalgebruik niet specifiek aan het Kirundi zijn toe te schrijven en dat de vreemdeling geen actieve kennis van het Kirundi heeft.
De rechtbank oordeelde dat de contra-expertise concrete aanknopingspunten bood voor twijfel aan de taalanalyse van het BLT. De Raad van State stelt echter dat de contra-expertise onvoldoende bewijs levert voor actieve kennis van het Kirundi en dat de uitkomst van de contra-expertise niet leidt tot een eenduidige herleiding van de vreemdeling tot de Burundese spraak- en cultuurgemeenschap.
Daarom vernietigt de Raad van State het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond. De minister heeft zich op redelijke gronden kunnen baseren op het ontbreken van documenten en de negatieve uitkomst van de taalanalyse. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.