ECLI:NL:RVS:2008:BD6153
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- H. Troostwijk
- P.A. Offers
- Rechtspraak.nl
Vaststelling juiste bekendmaking intrekking verblijfsvergunning bij onbekend adres vreemdeling
De zaak betreft het besluit van 30 november 2004 waarbij de minister de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd van de vreemdeling heeft ingetrokken met terugwerkende kracht per 1 juli 2003. De minister heeft het besluit aangetekend verzonden naar het laatst bekende adres van de vreemdeling in Gouda, ondanks dat deze volgens het GBA-register met onbekende bestemming was vertrokken.
De rechtbank had geoordeeld dat het besluit niet overeenkomstig artikel 3:41, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) was bekendgemaakt, omdat de minister zich niet had vergewist of de rechtshulpverlener die de vreemdeling in een eerdere procedure vertegenwoordigde, nog steeds gemachtigd was. De Raad van State stelt echter vast dat de minister niet verplicht was het besluit aan de rechtshulpverlener te doen toekomen, omdat diens machtiging beperkt was tot de eerdere procedure en niet strekte tot vertegenwoordiging in deze intrekkingsprocedure.
Voorts heeft de minister vastgesteld dat de vreemdeling geen adreswijziging heeft doorgegeven, terwijl hij daartoe verplicht was. De Raad van State oordeelt dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het besluit door verzending naar het laatst bekende adres op andere geschikte wijze is bekendgemaakt. Daarnaast mocht de staatssecretaris afzien van het horen van de vreemdeling, omdat het bezwaar niet tot een andersluidend besluit kon leiden.
Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de intrekking van zijn verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.