Uitspraak
200606995/1), is het enkele tijdsverloop daarvoor, ongeacht de duur ervan, onvoldoende. Nu het college nooit heeft aangegeven dat niet tegen de permanente bewoning van recreatiewoningen zou worden opgetreden en in aanmerking genomen dat [appellanten] een jaar na de aankoop van hun woning bij brief van 13 januari 2000 zijn gewezen op het feit dat permanente bewoning niet is toegestaan, heeft de rechtbank terecht geen aanleiding gezien voor het oordeel dat de rechtszekerheid zich tegen handhaving verzet. Met juistheid heeft de rechtbank daarbij overwogen dat de stelling van [appellanten] dat zij die brief niet hebben ontvangen niet tot een ander oordeel leidt, aangezien zij wisten dat zij een recreatiewoning kochten en van hen verwacht mocht worden dat zij ook zelf onderzoek zouden doen naar de vraag of permanente bewoning wel was toegestaan, alvorens daarin hun intrek te nemen. Anders dan [appellanten] betogen is van rechtsverwerking geen sprake.