Uitspraak
200606995/1), is het enkele tijdsverloop daarvoor, ongeacht de duur ervan, onvoldoende. Nu het college nooit heeft aangegeven dat niet tegen de permanente bewoning van recreatiewoningen zou worden opgetreden en in aanmerking genomen dat [appellant] binnen een jaar na de aankoop van zijn woning van de gemeente op 15 juli 2004 een brief heeft ontvangen waarin staat dat permanente bewoning niet is toegestaan, heeft de rechtbank terecht geen aanleiding gezien voor het oordeel dat de rechtszekerheid zich tegen handhaving verzet. Dat het college ten tijde van de aankoop - als door [appellant] gesteld - nog niet handhavend optrad tegen permanente bewoning aangevangen ná de peildatum, maakt evenmin dat het college daartoe niet meer zou kunnen overgaan.
200305490/1, waarop hij heeft gewezen, valt dat niet te lezen.