ECLI:NL:RVS:2008:BD7391
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- D. Roemers
- J.W. Prins
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens onjuist werkgeverschap Wet arbeid vreemdelingen
De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde appellante een boete van €16.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De rechtbank Maastricht verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht de feiten uit het boeterapport als juist had aangenomen, waaronder dat twee Poolse vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning werkzaamheden verrichtten op een bouwlocatie. Het beroep van appellante dat het verbod op arbeid voor Poolse werknemers per 1 mei 2007 was komen te vervallen, werd verworpen omdat dit een tijdelijk overgangsregime betrof.
Echter, de Raad stelde vast dat appellante ten onrechte als werkgever in de zin van de Wav was aangemerkt. De werkzaamheden waren verricht in opdracht en ten behoeve van een derde, maat C, die eigenaar was van de bouwvergunning en het rundveebedrijf. De Raad vernietigde daarom het boetebesluit en het bestreden uitspraak van de rechtbank, en verklaarde het beroep gegrond. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellante.
Uitkomst: Het boetebesluit tegen appellante wordt vernietigd wegens onjuist werkgeverschap en het oorspronkelijke besluit wordt herroepen.