ECLI:NL:RVS:2008:BD7397
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.W.M. Bijloos
- M.A.A. Mondt-Schouten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen ondanks buitenlandse activiteiten
De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde aan appellant een boete van €16.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij niet beboet kon worden omdat zijn activiteiten buiten Nederland plaatsvonden en de Nederlandse bestuursrechtelijke territoriale begrenzing dat onmogelijk maakt.
De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van appellant ongegrond. De Raad van State bevestigt dit oordeel. Uit het boeterapport bleek dat vier Slowaakse vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning in Nederland arbeid verrichtten. Appellant verzorgde de werving en selectie van deze vreemdelingen in opdracht van een derde partij en betaalde hen loon.
De Raad oordeelt dat het ruime werkgeversbegrip van de Wav van toepassing is en dat het feit dat appellant zelf geen activiteiten in Nederland verrichtte niet relevant is. Beslissend is dat de vreemdelingen de werkzaamheden in Nederland uitvoerden. Het hoger beroep faalt en de boete wordt gehandhaafd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €16.000 wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen.