ECLI:NL:RVS:2008:BD7520
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- P.A. Offers
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens strafrechtelijke aanhouding
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage die de vreemdelingenbewaring van een vreemdeling onrechtmatig achtte. De aanhouding van de vreemdeling vond plaats tijdens een horecacontrole en werd vastgelegd in een proces-verbaal dat niet expliciet het wetsartikel vermeldde en mogelijk niet op ambtseed of ambtsbelofte was opgemaakt.
De Raad van State oordeelt dat het proces-verbaal voldoende inzicht geeft in de omstandigheden en redenen van de aanhouding, die plaatsvond in het kader van strafrechtelijke bevoegdheden. De vreemdeling heeft geen tegenbewijs geleverd dat het strafrechtelijke karakter van het proces-verbaal zou ontkrachten. Bovendien is niet gesteld dat een bevoegde rechter de onrechtmatigheid van de aanwending van deze bevoegdheden heeft vastgesteld.
De Raad verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en beoordeelt het besluit van inbewaringstelling opnieuw. De vordering van de vreemdeling dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend zou zijn in de uitzetting wordt verworpen. Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de inbewaringstelling wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.