ECLI:NL:RVS:2008:BD7523
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid vreemdelingenbewaring na afwijzing asielaanvraag in 48-uursprocedure
Bij besluit van 25 april 2008 is de aanvraag van de vreemdeling tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen in de 48-uursprocedure, waardoor het rechtmatig verblijf van de vreemdeling is komen te vervallen. Vervolgens is de vreemdeling op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 in bewaring gesteld.
De rechtbank had het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en de bewaring opgeheven, stellende dat het beleid uit paragraaf A6/5.3.3.5 van de Vreemdelingencirculaire 2000 terughoudendheid voorschrijft bij bewaring na een afgewezen asielaanvraag. De Raad van State oordeelt echter dat dit beleid niet van toepassing is op vreemdelingen wier aanvraag reeds is afgewezen en die geen rechtmatig verblijf meer hebben.
De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond. De individuele omstandigheden van de vreemdeling, waaronder het ontbreken van identiteitspapieren, geen vaste woon- of verblijfplaats en onvoldoende middelen van bestaan, rechtvaardigen de bewaring. Daarnaast faalt het beroep van de vreemdeling dat uitzetting binnen redelijke termijn niet mogelijk zou zijn, mede omdat hij niet meewerkte aan het verkrijgen van noodzakelijke documenten.
Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling is rechtmatig en het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard.