ECLI:NL:RVS:2008:BD7528
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- C.J.M. Schuyt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens onjuiste waardering klacht tegen gemachtigde in asielprocedure
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage, die het beroep van een vreemdeling tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd gegrond verklaarde. De rechtbank had bij haar beoordeling rekening gehouden met een besluit van de Raad voor Rechtsbijstand waarin een klacht tegen de voormalige gemachtigde van de vreemdeling gegrond werd verklaard.
De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat de gevolgen van nalatigheid van een gemachtigde aan de rechtzoekende moeten worden toegerekend en dat een gegrondverklaring van een klacht tegen een gemachtigde niet als feit of omstandigheid in de zin van artikel 83 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 kan worden aangemerkt. De rechtbank heeft dit besluit ten onrechte als relevant beschouwd bij haar oordeel over de verblijfsvergunning.
Daarom wordt de uitspraak van de rechtbank vernietigd en wordt de zaak terugverwezen voor herbehandeling zonder rekening te houden met het besluit van de Raad voor Rechtsbijstand. Tevens worden de proceskosten vastgesteld en aan de rechtbank opgedragen hierover te beslissen.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor herbehandeling zonder rekening te houden met het besluit van de Raad voor Rechtsbijstand.