ECLI:NL:RVS:2008:BD7532
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling asielverzoek homoseksuele vreemdeling uit Pakistan op grond van artikel 3 EVRM
De vreemdeling, een homoseksuele man uit Pakistan, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, welke door de minister werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna de vreemdeling hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat homoseksuelen in Pakistan sociale problemen kunnen ondervinden, maar niet in een zodanig kwetsbare positie verkeren dat zij enkel vanwege hun seksuele geaardheid doelwit zijn van ernstige mensenrechtenschendingen zonder bescherming. Het vereiste van individualisering, waarbij specifieke persoonlijke omstandigheden moeten aantonen dat er een reëel risico bestaat op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro, was niet voldoende onderbouwd door de vreemdeling.
De Raad nam daarbij arresten van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in acht, waaronder Salah Sheekh en Saadi, en concludeerde dat het individuele risico onvoldoende aannemelijk was gemaakt. De stelling dat de Pakistaanse autoriteiten geen bescherming kunnen bieden, werd niet toereikend geacht.
Daarom werd het hoger beroep als kennelijk ongegrond verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van het asielverzoek bevestigd wegens onvoldoende aannemelijk gemaakt reëel risico op schending van artikel 3 EVRM.