ECLI:NL:RVS:2008:BD8356
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- W. Konijnenbelt
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bouwvergunning voor berging wegens strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage weigerde op 1 juni 2006 een lichte bouwvergunning voor het oprichten van een berging op het achterterrein van een benedenwoning. De aanvraag betrof een berging met een oppervlakte van ten minste 16 m2. Het college verklaarde het bezwaar ongegrond en de rechtbank bevestigde deze beslissing in oktober 2007.
De appellant voerde aan dat de berging al sinds 1927 bestond en dat het bouwovergangsrecht van toepassing zou zijn. De Raad van State oordeelde echter dat de vergunning uit 1926 betrekking had op een kleinere berging van maximaal 5 m2, waardoor de huidige berging als nieuw moest worden beschouwd. De appellant slaagde er niet in aannemelijk te maken dat de berging al aanwezig was bij het ter inzage leggen van het bestemmingsplan in 1982.
Verder was het college bevoegd om vrijstelling te weigeren op grond van onvoldoende stedenbouwkundige kwaliteit, ondanks dat de oppervlakte van de berging binnen de maximale toegestane grenzen viel. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat vergelijkbare gevallen niet overeenkwamen en geen vrijstelling was verleend. De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde het eerdere vonnis zonder proceskostenveroordeling of schadevergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de bouwvergunning bevestigd.