ECLI:NL:RVS:2008:BD8358
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- W.D.M. van Diepenbeek
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling doorhaling inschrijving rechtsbijstandverlener en proceskostenveroordeling
De raad voor rechtsbijstand Amsterdam heeft de inschrijving van appellant onvoorwaardelijk doorgehaald voor drie maanden en voorwaardelijk definitief met een proeftijd van twee jaar. Na bezwaar en beroep heeft de rechtbank Amsterdam het bezwaar tegen de eerste doorhaling gegrond verklaard en de raad opgedragen een nieuw besluit te nemen, terwijl het beroep tegen de tweede doorhaling ongegrond bleef.
Zowel de raad als appellant gingen in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat appellant geen derde is die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, zodat de proceskostenveroordeling ten onrechte is opgelegd aan de raad. De Afdeling vernietigt dit deel van de uitspraak van de rechtbank.
Verder wordt geoordeeld dat de raad terecht het Maatregelbeleid heeft toegepast en dat de doorhaling van de inschrijving voor een beperkte duur van drie maanden binnen de wettelijke bevoegdheid valt. Het hoger beroep van appellant tegen deze doorhaling wordt ongegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd voor zover deze niet de proceskosten betreft.
Uitkomst: De inschrijving van appellant wordt doorgehaald voor drie maanden en de proceskostenveroordeling tegen de raad wordt vernietigd.