ECLI:NL:RVS:2008:BD8560
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- T.M.A. Claessens
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting
De vreemdeling was eerder in vreemdelingenbewaring gesteld van november 2006 tot oktober 2007, waarbij de maatregel werd opgeheven vanwege het ontbreken van concreet zicht op uitzetting. Na een aanhouding in maart 2008 wegens een strafbaar feit werd opnieuw een maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel ongegrond.
In hoger beroep stelde de Raad van State vast dat de belangenafweging bij de eerdere opheffing van de bewaring mede was gebaseerd op het ontbreken van zicht op uitzetting. De huidige situatie verschilde hier niet wezenlijk van, en de staatssecretaris kon geen nieuwe aanknopingspunten aandragen die het zicht op uitzetting binnen redelijke termijn aannemelijk maakten.
Daarom werd geoordeeld dat de huidige inbewaringstelling onrechtmatig was. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, de bewaring opgeheven, en de vreemdeling werd een schadevergoeding toegekend. Tevens werden proceskosten aan de vreemdeling toegekend.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt opgeheven wegens ontbreken van zicht op uitzetting binnen redelijke termijn.