ECLI:NL:RVS:2008:BD8873
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- T.M.A. Claessens
- G.J. van Muijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over bouwvergunning en vrijstelling in Amsterdam-Noord
Het dagelijks bestuur van het stadsdeel Amsterdam-Noord verleende op 6 juni 2005 een vrijstelling en bouwvergunning voor de eerste fase van een bouwplan achter de percelen Zuideinde 393 en 399, gevolgd door een tweede fase bouwvergunning in 2006. Appellanten maakten bezwaar tegen deze besluiten, maar deze werden door het bestuur ongegrond verklaard. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van een deel van de appellanten niet-ontvankelijk en oordeelde deels ongegrond en deels gegrond over de bezwaren, waarbij het bestuur werd opgedragen een nieuw besluit te nemen.
De Raad van State behandelde het hoger beroep en oordeelde dat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan, maar dat het bestuur terecht vrijstelling heeft verleend op grond van de Wet op de Ruimtelijke Ordening. De Raad bevestigde dat de rechtbank terecht het beroep van enkele appellanten niet-ontvankelijk verklaarde vanwege het ontbreken van identiteit van mede-bezwaarmakers. Tevens werd geoordeeld dat de wijziging van de nota 'Bouwen van extra woningen' rechtmatig was en dat de ruimtelijke onderbouwing voldoende was gegeven, ondanks de ingrijpende inbreuk op het bestemmingsplan.
Verder werd vastgesteld dat het bestuur terecht het advies van de welstandscommissie Amsterdam heeft gevolgd, ondanks eerdere kritiek van de welstandscommissie Midden Nederland. De Raad van State verklaarde het hoger beroep van appellanten ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.