ECLI:NL:RVS:2008:BD8894
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.J.J. van Buuren
- R.H. Lauwaars
- M.A.A. Mondt-Schouten
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering vergunning voor vissen op ensis in de Oosterschelde
De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit weigerde op 19 december 2006 een vergunning aan appellanten voor het vissen op ensis in de Kom van de Oosterschelde. Appellanten maakten bezwaar en stelden beroep in bij de Raad van State. Zij voerden aan dat de minister ten onrechte het belang van sterfte van teruggestorte ensis heeft meegewogen en dat de aanvraag voldoende onderbouwd was dat de vangst geen significante effecten zou hebben op het habitattype.
De minister beriep zich op het Beleidsbesluit schelpdiervisserij 2005-2020, waarin geen vergunningen worden verleend voor visserij op ensis in kustwateren zoals de Oosterschelde. Tevens stelde de minister dat de passende beoordeling onvoldoende was en dat toekomstige extra bodemverstoring niet kon worden uitgesloten. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom niet van het beleid werd afgeweken ondanks de door appellanten aangedragen specifieke feiten en omstandigheden.
Verder was de passende beoordeling niet adequaat gemotiveerd omdat de minister niet inzichtelijk maakte welke nadelige gevolgen de activiteit zou kunnen hebben, terwijl appellanten ecologisch onderzoek hadden overgelegd dat beperkte effecten aantoonde. De Afdeling concludeerde dat het besluit in strijd was met artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en vernietigde het besluit. De minister werd tevens veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van de minister om geen vergunning te verlenen voor het vissen op ensis in de Oosterschelde wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.