ECLI:NL:RVS:2008:BD8912

Raad van State

Datum uitspraak
30 juli 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200803200/1
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • J.C.K.W. Bartel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:86 AwbArt. 8:88 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot herziening uitspraak bestemmingsplan Hoofdstraat 133 I te Midwolde

Bij uitspraak van 27 juni 2007 heeft de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak het beroep van verzoeker tegen het besluit tot goedkeuring van het bestemmingsplan Hoofdstraat 133 I te Midwolde ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.

Verzoeker heeft bij brief van 6 mei 2008 verzocht om herziening van deze uitspraak op grond van artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), stellende dat de raad op de hoogte was van niet-agrarische activiteiten van het bedrijf Forest Fruits, wat strijdig zou zijn met het Provinciaal Omgevingsplan Groningen II en de Kadernota van de raad.

De Afdeling overweegt dat het bijzondere rechtsmiddel van herziening alleen kan worden toegepast op feiten die vóór de uitspraak hebben plaatsgevonden, niet bekend waren en bij bekendheid tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden. De Afdeling stelt vast dat de bezwaren over de aard van de bedrijfsactiviteiten reeds in het eerdere beroep zijn behandeld en dat het college terecht mocht aannemen dat het om agrarische activiteiten ging.

Daarnaast zijn de vermeende niet-agrarische activiteiten na de uitspraak aan het licht gekomen en kunnen daarom niet leiden tot herziening. Verzoeker heeft niet aannemelijk gemaakt dat de raad en het college ten tijde van het besluit op de hoogte waren van de niet-agrarische activiteiten. Het verzoek tot herziening wordt daarom afgewezen zonder proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de uitspraak over het bestemmingsplan Hoofdstraat 133 I te Midwolde wordt afgewezen.

Uitspraak

200803200/1.
Datum uitspraak: 30 juli 2008
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het verzoek van:
[verzoeker], wonend te [woonplaats],
om herziening (artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) van de uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, met toepassing van artikel 8:86 van Pro die wet, van 27 juni 2007, in zaaknrs. <a target="_blank" href="http://www.raadvanstate.nl/uitspraken/zoeken_in_uitspraken/zoekresultaat/?zoeken_veld=200701516/1&verdict_id=17441&utm_id=1&utm_source=Zoeken_in_uitspraken&utm_campaign=uitspraken&utm_medium=internet&utm_content=200701516/1%20en%20200701516/2&utm_term=200701516/1">200701516/1 en 200701516/2</a>.
1. Procesverloop
Bij uitspraak van 27 juni 2007, in zaaknrs. <a target="_blank" href="http://www.raadvanstate.nl/uitspraken/zoeken_in_uitspraken/zoekresultaat/?zoeken_veld=200701516/1&verdict_id=17441&utm_id=1&utm_source=Zoeken_in_uitspraken&utm_campaign=uitspraken&utm_medium=internet&utm_content=200701516/1%20en%20200701516/2&utm_term=200701516/1">200701516/1 en 200701516/2</a>, heeft de voorzitter van de Afdeling het door [verzoeker] en anderen ingediende beroep tegen het besluit omtrent goedkeuring van het bestemmingsplan "Hoofdstraat 133 I te Midwolde" van het college van gedeputeerde staten van Groningen (hierna: het college) van 30 januari 2007 ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De uitspraak is aangehecht.
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 6 mei 2008, heeft [verzoeker] de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien.
Er zijn nadere stukken ingediend door de raad van de gemeente Leek en [verzoeker]. Deze stukken zijn aan de partijen toegezonden.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft het verzoek ter zitting behandeld op 18 juli 2008, waar [verzoeker] is verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Ingevolge artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan de Afdeling op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Afdeling eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
2.2. [verzoeker] voert aan dat voormelde uitspraak van de voorzitter van de Afdeling van 27 juni 2007 dient te worden herzien, aangezien de raad op de hoogte zou zijn geweest van het feit dat het bedrijf Forest Fruits (hierna: Forest Fruits) uitsluitend niet-agrarische activiteiten in het landelijk gebied zou gaan verrichten, hetgeen in strijd is met het Provinciaal Omgevingsplan Groningen II. Als gevolg hiervan zou het college bij het nemen van het besluit omtrent goedkeuring ten onrechte niet hebben getoetst aan de op 17 juli 2006 door de raad vastgestelde Kadernota, waarin staat dat Forest Fruits niet planologisch kan worden ingepast in een integrale herziening van het bestemmingsplan "Buitengebied".
2.3. De Afdeling stelt voorop dat het bijzondere rechtsmiddel van herziening er niet toe strekt de juistheid van de uitspraak waarvan herziening wordt verzocht, anders dan naar aanleiding van feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, van de Awb aan de orde te stellen.
Ten aanzien van de aard van de bedrijfsactiviteiten van Forest Fruits en de aannemelijkheid hiervan ten tijde van het besluit omtrent goedkeuring overweegt de Afdeling dat [verzoeker] en anderen hierover in beroep hun bezwaren hebben geuit en de voorzitter in dit verband heeft geoordeeld dat voldoende aannemelijk was dat Forest Fruits paddenstoelen zou gaan telen. Het college mocht er naar het oordeel van de voorzitter bij het nemen van het besluit omtrent goedkeuring vanuit gaan dat deze agrarische activiteiten zouden worden ontplooid en dat derhalve sprake zou zijn van de vestiging van een agrarisch bedrijf ter plaatse.
Voor zover [verzoeker] betoogt dat nadien is gebleken dat Forest Fruits in strijd met de bestemming ter plaatse niet-agrarische activiteiten heeft ontplooid, wordt overwogen dat dit geen feit of omstandigheid is dat heeft plaatsgevonden voor de uitspraak, zodat dit niet met zich kan brengen dat het college bij het nemen van het besluit omtrent goedkeuring er niet in redelijkheid vanuit kon gaan dat Forest Fruits ter plaatse agrarische activiteiten zou gaan ontplooien.
[verzoeker] heeft voorts niet aannemelijk gemaakt dat de raad en het college ten tijde van het besluit omtrent goedkeuring en derhalve voor de uitspraak op de hoogte zouden zijn geweest van een mogelijk voornemen van Forest Fruits om ter plaatse niet-agrarische activiteiten te gaan ontplooien. Voorts merkt de Afdeling op dat het feitencomplex inzake de aan Forest Fruits verleende bouwvergunning voor een teelhal en een stookruimte dateert van na de uitspraak van 27 juni 2007.
Gelet op het voorgaande is de Afdeling van oordeel dat [verzoeker] geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd, als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, van de Awb.
2.4. Gelet op het vorenstaande dient het verzoek te worden afgewezen.
2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.C.K.W. Bartel, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R. Kegge, ambtenaar van Staat.
w.g. Bartel w.g. Kegge
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 30 juli 2008
459.