ECLI:NL:RVS:2008:BD9428
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- K. Brink
- R.I.Y. Lap
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom wegens overtreding teeltvrije zone Lozingenbesluit
Het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier legde op 7 mei 2008 aan verzoeker lasten onder dwangsom op wegens het niet naleven van de teeltvrije zones zoals voorgeschreven in artikel 13, zesde lid, en artikel 25 van Pro het Lozingenbesluit open teelt en veehouderij. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening.
Tijdens de zitting op 21 juli 2008 bleek dat verzoeker op zijn percelen fruitbomen had staan in de teeltvrije zone langs oppervlaktewater, hetgeen in strijd is met de voorschriften van het Lozingenbesluit. Het college ging echter uit van een onjuiste perceelsindeling en het aantal bomen in de teeltvrije zone werd overschat. Tevens hield het college geen rekening met de gevolgen van een ruilverkaveling die de percelen zou verbreden, wat mogelijk legalisatie van de situatie zou kunnen betekenen.
De voorzitter oordeelde dat het college in strijd met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht onvoldoende feitenkennis had vergaard bij de voorbereiding van het besluit. Gezien het algemeen belang van handhaving moet een bestuursorgaan in principe optreden bij overtredingen, maar kan dit achterwege blijven als er concreet uitzicht op legalisatie is of als handhaving onevenredig is. Het college had dit niet onderzocht.
Daarom werd het besluit van 7 mei 2008 geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar en werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van verzoeker. De overige gronden van het verzoek om voorlopige voorziening werden niet behandeld.
Uitkomst: Het besluit tot last onder dwangsom wordt geschorst en het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.