ECLI:NL:RVS:2008:BD9451

Raad van State

Datum uitspraak
30 juli 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200707325/2.
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Th.G. Drupsteen
  • J.G.C. Wiebenga
  • B.P. Vermeulen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 AwbArt. 8:19 AwbNatuurbeschermingswet 1998
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot verschoning van rechters wegens mogelijke vooringenomenheid in bestuursrechtelijke zaak

De zaak betreft een verzoek tot verschoning van de rechters die de bestuursrechtelijke zaak behandelen van de besloten vennootschap de Heensehoeve B.V. tegen een besluit van het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland. Dit verzoek werd ingediend voorafgaand aan de zitting van 11 juli 2008.

De rechters vroegen zelf om verschoning omdat zij eerder als staatsraad betrokken waren bij het uitbrengen van een advies over een ontwerp van een algemene maatregel van bestuur dat verband houdt met de Natuurbeschermingswet 1998. Dit advies zou mogelijk een rol kunnen spelen in de beoordeling van de onderhavige zaak.

De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat er een voldoende verband bestaat tussen het advies en de te behandelen zaak, waardoor de schijn van vooringenomenheid kan ontstaan. Om de onpartijdigheid en het vertrouwen in de rechtspraak te waarborgen, werd het verzoek tot verschoning toegewezen.

De beslissing werd genomen door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in naam der Koningin en is op 30 juli 2008 vastgesteld.

Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechters wordt toegewezen vanwege mogelijke belangenverstrengeling.

Uitspraak

200707325/2.
Datum beslissing: 30 juli 2008
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Beslissing op de verzoeken om verschoning (ex artikel 8:19 van Pro de Algemene wet bestuursrechtspraak) van:
mr. Th.G. Drupsteen, mr. J.G.C. Wiebenga en mr. B.P. Vermeulen,
allen staatsraad.
1. Procesverloop
De zaak met nummer 200707325/1 betreffende het beroep van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid de Heensehoeve B.V. tegen het besluit van het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 18 september 2007, no. PZH-2007-405758, waarbij is beslist op de bezwaren tegen het besluit van 15 mei 2007, no. DGWM/2007/414, waarbij een last onder dwangsom is opgelegd aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid de Heensehoeve B.V., is ter zitting van 11 juli 2008 aan de orde gesteld door een Meervoudige Kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak, bestaande uit mr. Th.G. Drupsteen (voorzitter), mr. J.G.C. Wiebenga en mr. B.P. Vermeulen. Bij de aanvang van de zitting heeft de voorzitter verklaard dat hij en beide andere leden van de zittingskamer aan de Afdeling verzoeken zich te mogen verschonen.
2. Overwegingen
2.1. Ingevolge artikel 8:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) kan op grond van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:15 elk Pro van de rechters die een zaak behandelen, verzoeken zich te mogen verschonen.
In artikel 8:15 van Pro de Awb is bepaald dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2.2. Kort voorafgaand aan de zitting van 11 juli 2008 is gebleken dat niet is uitgesloten dat bij de beoordeling van de voorliggende zaak het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur tot wijziging van het Besluit vergunningen Natuurbeschermingswet 1998 in verband met de toevoeging van categorieën van projecten en andere handelingen waarop het vergunningvereiste van de Natuurbeschermingswet 1998 niet van toepassing is alsmede het over dit ontwerpbesluit door de Raad van State uitgebrachte advies van 29 februari 2008, Kamerstukken II 2007/08, 30 654, nr. 47 en bijvoegsel Staatscourant 10 juni 2008, nr. 109, een rol zouden kunnen spelen. Gelet hierop hebben de leden van de kamer die met de behandeling van de zaak zijn belast een verzoek om verschoning gedaan op grond van het feit dat zij ten tijde van het uitbrengen van genoemd advies tot staatsraad waren benoemd.
2.3. De Afdeling stelt vast dat een verband kan worden gelegd tussen de vraagstukken die aan de orde waren in genoemd advies van de Raad van State en de vragen die voorliggen in het onderhavige geschil, zodat er rekening mee moet worden gehouden dat het advies van de Raad van State en de onderhavige procedure dezelfde zaak of dezelfde beslissing betreffen. Om iedere schijn van vooringenomenheid bij de behandeling van het beroep te voorkomen, acht de Afdeling toewijzing van de verzoeken gerechtvaardigd.
2.4. De verzoeken worden toegewezen.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
wijst de verzoeken toe.
Aldus vastgesteld door mr. P. van Dijk, Voorzitter, en mr. M. Vlasblom, en mr. M.G.J. Parkins-de Vin, Leden, in tegenwoordigheid van mr. S.H. Nienhuis, ambtenaar van Staat.
w.g. Van Dijk w.g. Nienhuis
voorzitter ambtenaar van Staat