ECLI:NL:RVS:2008:BD9610
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- T.M.A. Claessens
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring na langdurige detentie ondanks ongewenstverklaring
De vreemdeling verbleef vanaf 11 december 2006 tot 26 mei 2008 ruim 17 maanden onafgebroken in vreemdelingenrechtelijke en strafrechtelijke detentie. De staatssecretaris had op 27 november 2007 een aanvraag ingediend voor een laissez passer bij de Marokkaanse autoriteiten, en de vreemdeling was op 19 februari 2008 persoonlijk gepresenteerd. Tijdens de zitting bij de rechtbank bleek echter dat er geen zicht was op een laissez passer op korte termijn.
De rechtbank had het belang van de staatssecretaris bij voortzetting van de bewaring zwaarder gewogen dan het belang van de vreemdeling bij opheffing, ondanks diens ongewenstverklaring en criminele antecedenten. De Raad van State oordeelde dat dit onjuist was, omdat de lange duur van de detentie en het ontbreken van concrete vooruitzichten op verwijdering het belang van de vreemdeling zwaarder maken.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de inbewaringstelling opgeheven. Tevens werd aan de vreemdeling een vergoeding toegekend voor de periode van 30 mei 2008 tot 1 augustus 2008, en werden proceskosten aan de vreemdeling toegekend.
De uitspraak benadrukt het beleidsuitgangspunt dat naarmate de bewaring voortduurt, het belang van de vreemdeling om in vrijheid te worden gesteld zwaarder weegt, en dat bewaring niet langer mag duren dan strikt noodzakelijk is voor het doel van uitzetting.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt opgeheven en de vreemdeling krijgt een schadevergoeding en proceskosten toegekend.