ECLI:NL:RVS:2008:BD9941
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- C.H.M. van Altena
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering openbaarmaking documenten inzake inlijvingsbeleid Nederlandse adel
De minister van Binnenlandse Zaken weigerde op 13 februari 2006 het verzoek van appellant om openbaarmaking van documenten en informatie over het inlijvingsbeleid van de Nederlandse adel. Appellant stelde bezwaar en beroep in tegen deze weigering. De rechtbank Alkmaar verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit van de minister voor zover het bezwaar ongegrond werd verklaard, maar verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk voor het deel over de uitleg van het beleid.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State. Deze oordeelde dat de rechtbank zich ten onrechte onthield van een inhoudelijk oordeel over de weigering van de minister om alle achterliggende stukken bij het inlijvingsbesluit openbaar te maken. De Afdeling stelde vast dat appellant de toestemming voor inzage in bepaalde stukken weigerde, waardoor toetsing daarvan werd belemmerd. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het deel van de uitspraak van de rechtbank dat geen inhoudelijk oordeel gaf over de weigering tot openbaarmaking, en verklaarde het beroep in zoverre ongegrond.
De Afdeling bevestigde de rest van de uitspraak en gelastte vergoeding van het betaalde griffierecht aan appellant. Er werd geoordeeld dat de rechtbank terecht oordeelde over de ontvankelijkheid van het bezwaar en dat de minister terecht bepaalde stukken niet openbaar maakte vanwege bescherming van de persoonlijke levenssfeer en interne beleidsopvattingen.
Uitkomst: Hoger beroep gegrond verklaard, vernietiging van het deel van de uitspraak zonder inhoudelijk oordeel over weigering openbaarmaking, beroep in zoverre ongegrond verklaard.