ECLI:NL:RVS:2008:BD9949
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H. Troostwijk
- J.W. Prins
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen boete Wet arbeid vreemdelingen
Bij besluit van 16 oktober 2007 legde de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan verzoekster een boete van €32.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen. Verzoekster maakte bezwaar, dat op 4 januari 2008 ongegrond werd verklaard. Vervolgens verklaarde de voorzieningenrechter van de rechtbank Zutphen het beroep van verzoekster op 30 mei 2008 ongegrond.
Verzoekster stelde bij de Raad van State hoger beroep in en verzocht op 4 juli 2008 om een voorlopige voorziening om de rechtsgevolgen van het boetebesluit op te schorten totdat op het hoger beroep is beslist. Zij stelde dat onmiddellijke inning van de boete tot grote financiële problemen zou leiden.
De voorzitter oordeelde echter dat verzoekster niet aannemelijk had gemaakt dat zij in financiële nood zou verkeren. Uit stukken bleek een positief banksaldo en een betalingsregeling over twaalf maanden. Ook werd duidelijk dat de boete van €32.000 niet noodzakelijkerwijs volledig door haar betaald hoeft te worden vanwege hoofdelijke aansprakelijkheid met een andere functionaris.
Daarom ontbrak het spoedeisend belang voor de voorlopige voorziening en werd het verzoek afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om opschorting van de boete wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.