ECLI:NL:RVS:2008:BE1196
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- P.A. Offers
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep vreemdelingenrechtelijke verblijfsvergunningen met afhankelijk karakter
De vreemdelingen sub 1 en sub 2 hebben aanvragen ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de minister en staatssecretaris zijn afgewezen en waarvan de beroepen door de rechtbank ongegrond zijn verklaard. Het beroep van 4 mei 2007 was mede namens de vreemdelingen sub 2 ingesteld, maar de rechtbank liet hun beroepen buiten beschouwing.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte de beroepen van de vreemdelingen sub 2 niet heeft beoordeeld, waardoor het hoger beroep kennelijk gegrond is. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover daarin niet is beslist op de beroepen van de vreemdelingen sub 2.
De beroepen van de vreemdelingen sub 2 zijn inhoudelijk beoordeeld en vanwege het afhankelijk karakter van hun aanvragen van die van sub 1, waarvan de beroepen ongegrond zijn verklaard, worden ook hun beroepen ongegrond verklaard. De overige delen van de uitspraak worden bevestigd. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan de vreemdelingen vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het deel van de uitspraak dat niet op de beroepen van vreemdelingen sub 2 beslist wordt vernietigd en hun beroepen worden ongegrond verklaard.