ECLI:NL:RVS:2008:BE2718
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- M.G.J. Parkins-de Vin
- B. Klein Nulent
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht in vreemdelingenzaak
De vreemdeling had een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingediend, die door de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie werd afgewezen. Hiertegen maakte de vreemdeling bezwaar bij de staatssecretaris van Justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank, die het beroep eveneens ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. Voor het hoger beroep en de voorlopige voorziening was griffierecht verschuldigd. De vreemdeling betaalde dit griffierecht niet binnen de gestelde termijn en verzocht om uitstel van betaling wegens financieel onvermogen.
De Raad van State oordeelde dat noch de Algemene wet bestuursrecht noch de Wet op de Raad van State voorzien in vrijstelling of uitstel van betaling van griffierecht, behalve in zeer bijzondere gevallen met een deugdelijke onderbouwing. De vreemdeling had dit niet aannemelijk gemaakt. Daarom verklaarde de voorzitter het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening werden niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige betaling van het griffierecht.