ECLI:NL:RVS:2008:BE8809
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- R.G.P. Oudenaller
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen bouwvergunning vergistingsinstallatie
Het college van burgemeester en wethouders van Uden verleende op 18 augustus 2006 een vrijstelling en bouwvergunning voor het plaatsen van een vergistingsinstallatie op een perceel te Uden. Appellanten, waaronder bewoners en een maatschap, maakten bezwaar tegen dit besluit, maar het college verklaarde deze bezwaren niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belanghebbendheid.
De rechtbank 's-Hertogenbosch bevestigde deze niet-ontvankelijkheid op 6 september 2007. Appellanten stelden hoger beroep in bij de Raad van State. Tijdens de zitting op 10 juni 2008 werden de partijen gehoord, waaronder vertegenwoordigers van appellanten en het college.
De Raad van State oordeelde dat appellanten niet als belanghebbenden kunnen worden aangemerkt omdat de afstand tot de installatie minimaal 320 meter bedraagt, het zicht op de bouwlocatie beperkt is en er geen toename van verkeersbewegingen plaatsvindt. Hierdoor is hun belang niet rechtstreeks bij het besluit betrokken. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde de hoger beroepen ongegrond. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat appellanten geen belanghebbenden zijn en verklaart hun hoger beroepen ongegrond.