ECLI:NL:RVS:2008:BE8819

Raad van State

Datum uitspraak
14 augustus 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200804847/2
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • R.W.L. Loeb
  • D.A.B. Montagne
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bouwvergunning woning

Bij besluit van 11 juli 2007 verleende het college van burgemeester en wethouders van Franekeradeel een vrijstelling en bouwvergunning voor het oprichten van een woning op een perceel te Franekeradeel. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college en vervolgens door de voorzieningenrechter van de rechtbank Leeuwarden ongegrond werd verklaard. Tegen deze uitspraak stelde verzoekster hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht zij om een voorlopige voorziening.

Tijdens de zitting op 7 augustus 2008 werden de partijen gehoord. De voorzitter overwoog dat besluiten in beginsel uitvoerbaar zijn zolang zij niet onherroepelijk zijn, en dat een vergunninghouder op eigen risico gebruikmaakt van de vergunning. Er was geen aanleiding om aan te nemen dat de vergunning onrechtmatig was of dat de uitspraak in de bodemprocedure zou worden vernietigd.

Daarnaast was de bouw van de woning al in een gevorderd stadium en zou stillegging leiden tot aanzienlijk financieel nadeel voor de vergunninghouder. Gelet op deze belangenafweging werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de bouwvergunning wordt afgewezen.

Uitspraak

200804847/2.
Datum uitspraak: 14 augustus 2008
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:
[verzoekster], wonend te [plaats],
tegen de uitspraak in de zaken nrs. 08/519 en 08/538 van de voorzieningenrechter van de rechtbank Leeuwarden van 14 april 2008 in het geding tussen:
verzoekster
en
het college van burgemeester en wethouders van Franekeradeel.
1. Procesverloop
Bij besluit van 11 juli 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Franekeradeel (hierna: het college) aan [vergunninghouder] vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het oprichten van een woning op een bouwwerk op het perceel [locotie] te [plaats].
Bij besluit van 23 januari 2008 heeft het college het door [verzoekster] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 14 april 2008, verzonden op 15 mei 2008, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Leeuwarden (hierna: de voorzieningenrechter) het door [verzoekster] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft [verzoekster] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 25 juni 2008, hoger beroep ingesteld. Voorts heeft zij de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Het verzoek is ter zitting behandeld op 7 augustus 2008, waar [verzoekster], bijgestaan door mr. I.J. Woltman, advocaat te Bolsward, en het college, vertegenwoordigd door mr. D. la Crois, ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen. Voorts is daar [vergunninghouder], vertegenwoordigd door F.H. Kamp en Tj. Keuning, gehoord.
2. Overwegingen
2.1. Besluiten zijn in het algemeen uitvoerbaar, ook als daartegen een rechtsmiddel is aangewend. Dit uitgangspunt geldt temeer indien, zoals in dit geval, de rechter in eerste aanleg het besluit in stand heeft gelaten. Daarbij geldt overigens dat een vergunninghouder op eigen risico van een vergunning gebruik maakt, zolang deze niet in rechte onaantastbaar is, ook als een verzoek, als thans aan de orde, wordt afgewezen.
2.2. Hetgeen [verzoekster] heeft aangevoerd, geeft geen aanleiding om thans aan te nemen dat de aangevallen uitspraak in de bodemprocedure niet bevestigd zal worden, althans uiteindelijk zal blijken dat geen vrijstelling en bouwvergunning mocht worden verleend. Voorts is gebleken dat de bouw van de woning in een gevorderd stadium verkeert. [vergunninghouder] heeft onweersproken gesteld dat hij bij stillegging van de bouw in dit stadium daarvan aanzienlijk financieel nadeel ondervindt. Onder die omstandigheden geeft afweging van de betrokken belangen aanleiding om het verzoek af te wijzen.
2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. D.A.B. Montagne, ambtenaar van Staat.
w.g. Loeb w.g. Montagne
voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 14 augustus 2008
374.