Uitspraak
200508144/1heeft de Afdeling het besluit van 6 september 2004 vernietigd. Bij besluit van 29 september 2006 heeft de minister het besluit van 10 februari 2004 opnieuw gehandhaafd. Daartoe heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat de in artikel 3 van Pro de Wks aan hem verleende bevoegdheid om een vergunning te verlenen een discretionaire bevoegdheid is die met zich brengt dat ter zake beleid mag worden gevoerd. Sinds eind 2002 wordt (weer) een restrictief kansspelbeleid gevoerd. Dit is neergelegd in de tweede voortgangsrapportage kansspelen (Kamerstukken II 2002/03, 24 036 en 24 557, nr. 280) en nader ingevuld in de derde en vierde voortgangsrapportages (Kamerstukken II 2004/05, 24 557, nr. 47 en 2005/06, 24 557, nr. 64). Als hoofddoel van dit kansspelbeleid geldt het reguleren en beheersen van kansspelen, met bijzondere aandacht voor het tegengaan van kansspelverslaving, het beschermen van de consument en het tegengaan van illegaliteit en criminaliteit. In het restrictieve beleid voor kansspelen is in beginsel geen plaats voor uitbreiding van het aanbod van landelijke kansspelen. Ten aanzien van vergunningen als bedoeld in artikel 3 van Pro de Wks geldt dat het aantal vergunningen voor semipermanente kansspelen, op één uitzondering na, niet zal worden uitgebreid.
200607881/1heeft bepleit, bestaat geen aanleiding om deze zaak te beoordelen in het licht van het Europese recht. [wederpartij] is ingezetene van Nederland en er is geen sprake van het verrichten van diensten binnen de Gemeenschap als bedoeld in artikel 49 van Pro het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap.