ECLI:NL:RVS:2008:BE9255
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.H. van Kreveld
- C. Taal
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot proceskostenveroordeling na intrekking voorlopige voorziening wegens niet-bevoegd besluit college
Verzoekster en anderen hebben bij de Raad van State een voorlopige voorziening gevraagd tegen een last onder dwangsom opgelegd door het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant. Dit verzoek is later ingetrokken nadat het college het besluit van 21 februari 2008 heeft ingetrokken wegens onbevoegdheid.
Verzoekers vorderen vervolgens dat het college wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die zij hebben gemaakt in verband met de voorlopige voorziening. De voorzitter overweegt dat op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht het bestuursorgaan kan worden veroordeeld in de proceskosten indien het tegemoet is gekomen aan de verzoeker door het besluit in te trekken.
De voorzitter oordeelt dat het college aan verzoekers is tegemoetgekomen door het besluit in te trekken. Wel wordt geoordeeld dat de kosten van een deskundigenrapport niet voor vergoeding in aanmerking komen omdat dit niet specifiek voor de voorlopige voorzieningprocedure is opgesteld. De vergoeding van kosten van beroepsmatige rechtsbijstand wordt wel toegewezen.
De griffierechten worden terugbetaald door de Raad van State. De voorzitter veroordeelt het college tot betaling van € 322,00 aan verzoekers voor proceskosten verbonden aan de beroepsmatige rechtsbijstand.
Uitkomst: Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 322,00 na intrekking van het besluit wegens onbevoegdheid.