ECLI:NL:RVS:2008:BE9260
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- R.J.R. Hazen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek om vergoeding van planschade door dakopbouwen in Rijswijk
De appellanten hebben een verzoek ingediend bij de gemeenteraad van Rijswijk om vergoeding van planschade, omdat zij van mening waren dat de bouw van dakopbouwen op nabijgelegen woningen hun woongenot en lichtinval negatief beïnvloedde. De raad wees het verzoek af, waarna het bezwaar deels werd gehonoreerd, maar het beroep bij de rechtbank werd ongegrond verklaard.
In hoger beroep bij de Raad van State werd onderzocht of de planologische wijziging door de dakopbouwen een nadelige positie voor de appellanten opleverde die recht gaf op schadevergoeding op grond van artikel 49 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening. De Raad stelde vast dat het oude planologische regime bepalend is voor de beoordeling, niet de feitelijke situatie.
De Stichting Adviesbureau Onroerende Zaken adviseerde dat de dakopbouwen geen relevante verslechtering van uitzicht, lichtinval of schaduwwerking veroorzaakten. Hoewel de appellanten kritische rapporten overlegden, bood dit onvoldoende grond om het advies van de SAOZ te verwerpen. Bovendien was de situatie niet vergelijkbaar met eerdere gevallen waarbij wel schadevergoeding werd toegekend.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om vergoeding van planschade bevestigd.