ECLI:NL:RVS:2008:BE9264
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- H. Borstlap
- M.W.L. Simons-Vinckx
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning lozing afvalwater vanwege onduidelijke lozingspunten en onvoldoende beoordeling warmtelozingen
De staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat verleende op 23 juli 2007 aan NUON Power Projects I B.V. een vergunning voor het lozen van afvalwater op oppervlaktewater. Greenpeace stelde beroep in tegen deze vergunning en voerde onder meer aan dat het gebruikte 3D-model voor warmtelozingen geen rekening hield met temperatuurstijgingen door de thermoshockmethode en dat de exacte ligging van de lozingspunten niet duidelijk was.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris in strijd met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht niet de nodige kennis had vergaard over de relevante feiten, omdat het effect van de thermoshockmethode niet in het model was betrokken. Tevens was onduidelijk waar de lozingspunten zich precies bevonden, aangezien de indicatieve rioleringstekening geen locaties vermeldde en de definitieve tekening pas na vergunningverlening zou worden ingediend, wat niet als onderdeel van de vergunning kon gelden.
Hierdoor was de vergunning in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel, dat vereist dat rechten en plichten duidelijk uit de vergunning moeten blijken. De overige beroepsgronden behoefden geen bespreking meer. De Raad van State verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de vergunning voor zover het de lozing van afvalwater betrof, en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten aan Greenpeace.
Uitkomst: De vergunning voor het lozen van afvalwater door NUON is vernietigd wegens onvoldoende feitelijke onderbouwing en onduidelijke lozingspunten.