ECLI:NL:RVS:2008:BE9268
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- D. Roemers
- B.P. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening rijksbijdragen Hogeschool van Utrecht wegens niet-initieel onderwijs aan buitenlandse studenten
De Stichting Hogeschool van Utrecht kreeg de rijksbijdragen voor de jaren 2000 tot en met 2003 herzien door de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, waarbij een bedrag van ruim tien miljoen euro werd teruggevorderd. De stichting was het hier niet mee eens en ging in beroep bij de rechtbank Utrecht, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de stichting hoger beroep in bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of de stichting initieel onderwijs had verzorgd aan Belgische studenten die feitelijk hun opleiding in België volgden. De rechtbank oordeelde dat dit niet het geval was, omdat de opleiding niet voldeed aan de eisen van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW), onder meer omdat de studenten geen propedeutisch getuigschrift hadden en het onderwijs buiten de gemeente van vestiging werd gegeven zonder toestemming.
De Raad van State bevestigde dit oordeel en oordeelde dat de staatssecretaris terecht had vastgesteld dat de stichting geen aanspraak had op bekostiging voor deze studenten. Ook de terugvordering van de teveel ontvangen rijksbijdragen werd gegrond verklaard, waarbij werd overwogen dat de nadelige gevolgen niet onevenredig zijn ten opzichte van het doel van de terugvordering. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Stichting Hogeschool van Utrecht wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.