AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Beroep tegen revisievergunning veehouderij wegens ammoniakschade en handhaving
Het college van burgemeester en wethouders van Gemert-Bakel verleende op 18 december 2007 een revisievergunning voor een veehouderij aan een vergunninghoudster. Deze vergunning werd ter inzage gelegd en tegen dit besluit stelde appellant beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak behandelde de zaak en beoordeelde de ingebrachte beroepsgronden.
De appellant stelde onder meer dat de aanvraag een opstap zou zijn voor de bouw van een nieuwe varkensstal en dat het college ten onrechte niet handhaafde op het stallen van varkens in oude stallen. De Raad overwoog dat het bevoegd gezag moet beslissen op de aanvraag zoals ingediend, en dat toekomstige bouwplannen niet in de aanvraag waren opgenomen. Tevens betrof de handhavingskwestie geen rechtmatigheid van het besluit. Daarnaast werd het beroep over ammoniakschade niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant hierover geen zienswijzen had ingediend.
De Afdeling verklaarde het beroep voor zover het betrekking had op ammoniakschade niet-ontvankelijk en voor het overige ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Raad van State op 27 augustus 2008.
Uitkomst: Het beroep wordt deels niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van zienswijzen over ammoniakschade en voor het overige ongegrond verklaard.
Uitspraak
200800783/1.
Datum uitspraak: 27 augustus 2008
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellant], wonend te [woonplaats],
en
het college van burgemeester en wethouders van Gemert-Bakel,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 18 december 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Gemert-Bakel (hierna: het college) aan [vergunninghoudster] een revisievergunning als bedoeld in artikel 8.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer verleend voor een veehouderij aan [locatie 1] en [locatie 2] te [plaats]. Dit besluit is op 24 december 2007 ter inzage gelegd.
Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 29 januari 2008, beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 8 augustus 2008, waar het college, vertegenwoordigd door mr. M. Jovic en M. van Gils, beiden werkzaam bij de gemeente, is verschenen. Voorts is vergunninghoudster, vertegenwoordigd door [gemachtigde], als partij gehoord.
2. Overwegingen
2.1. Uit artikel 6:13 vanPro de Algemene wet bestuursrecht vloeit voort dat in beroep slechts categorieën milieugevolgen als besluitonderdelen aan de orde kunnen worden gesteld waarover een zienswijze naar voren is gebracht, tenzij het niet naar voren brengen van een zienswijze appellant redelijkerwijs niet kan worden verweten
[appellant] heeft geen zienswijzen naar voren gebracht met betrekking tot ammoniakschade. Nu niet is gebleken dat redelijkerwijs niet kan worden verweten dat hierover geen zienswijzen naar voren zijn gebracht, is de hierop betrekking hebbende beroepsgrond
niet-ontvankelijk.
2.2. [appellant] voert aan dat de aanvraag om revisievergunning een opstap is voor de bouw van een nieuwe varkensstal in de toekomst.
2.2.1. Uit het stelsel van de Wet milieubeheer volgt dat het bevoegde gezag dient te beslissen op de aanvraag zoals die is ingediend. Een nieuwe varkensstal wordt niet in de aanvraag vermeld en is ook niet vergund. Voor zover [appellant] vreest dat deze stal wel zal worden gebouwd betreft het een kwestie van handhaving en heeft deze beroepsgrond geen betrekking op de rechtmatigheid van het bestreden besluit. De beroepsgrond faalt.
2.3. [appellant] voert aan dat het college ten onrechte niet tot handhaving overgaat betreffende het stallen van varkens in de oude stallen.
2.3.1. Deze beroepsgrond heeft geen betrekking op de rechtmatigheid van het onderhavige besluit en kan om die reden niet slagen. De beroepsgrond faalt.
2.4. Het beroep is, voor zover ontvankelijk, ongegrond.
2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
I. verklaart het beroep voor zover het betrekking heeft op ammoniakschade niet-ontvankelijk;
II. verklaart het beroep voor het overige ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. H.Ph.J.A.M. Hennekens, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D. van Leeuwen, ambtenaar van Staat.