ECLI:NL:RVS:2008:BE9428
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- S.J.E. Horstink von Meyenfeldt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende bewijs strafrechtelijke antecedenten
De vreemdeling had bij de minister een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, welke op 16 februari 2006 werd afgewezen wegens strafrechtelijke antecedenten en een gevaar voor de openbare orde. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State stelde in hoger beroep vast dat de rechtbank ten onrechte had aangenomen dat het Justitieel Documentatieregister (JD) voldoende bewijs leverde dat de vreemdeling een transactie-aanbod had aanvaard.
De vreemdeling stelde dat hem nooit een transactie-aanbod was gedaan en dat hij dit derhalve ook niet had aanvaard. Hij had het arrondissementsparket Haarlem verzocht om een kopie van de transactiebeslissing, maar ontving slechts een afstandsverklaring en een proces-verbaal. Uit deze stukken kon niet worden afgeleid dat een transactie-aanbod was gedaan of aanvaard. De staatssecretaris had geen aanvullende stukken overgelegd die dit konden bevestigen.
De Afdeling oordeelde dat de enkele verwijzing naar het JD zonder nadere motivering onvoldoende is om de contra-indicatie gevaar voor openbare orde te rechtvaardigen. De verklaring van het parket over een ander misdrijf was niet relevant. Daarom werd het besluit van 16 februari 2006 vernietigd en de zaak terugverwezen voor een nieuw besluit met inachtneming van de overwegingen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van strafrechtelijke antecedenten.