ECLI:NL:RVS:2008:BE9687
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- W.D.M. van Diepenbeek
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vluchtverbod Onur Air wegens veiligheidsrisico's in Nederlandse luchtruim
De staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat schortte in mei 2005 de toestemming van Onur Air op om commerciële vluchten van en naar Nederland uit te voeren vanwege geconstateerde veiligheidsrisico's. Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage, die het besluit deels vernietigde, gingen zowel Onur Air als de minister in hoger beroep bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het Besluit ongeregeld luchtvervoer (Bol) alleen economische belangen regelt en niet de bevoegdheid geeft tot opschorting op veiligheidsgronden. De staatssecretaris kon het vluchtverbod echter ontlenen aan de soevereiniteit van Nederland over het luchtruim en aan de Wet luchtvaart. De internationale verdragen, waaronder het Verdrag van Chicago, laten ruimte voor nationale veiligheidsmaatregelen.
De Raad van State oordeelde dat de geconstateerde tekortkomingen en incidenten bij Onur Air een duidelijk patroon van nonchalante omgang met veiligheidseisen vormden. De minister had in redelijkheid het vluchtverbod kunnen opleggen, ook zonder minder ingrijpende maatregelen te treffen. Het beroep van Onur Air op het EVRM faalde omdat de sanctie tijdelijk en proportioneel was.
Het hoger beroep van de minister en Onur Air werd ongegrond verklaard, en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het vluchtverbod tegen Onur Air wordt bevestigd wegens ernstige veiligheidsrisico's en schending van luchtvaartregels.